Op het ritme van de regen – Het levensverhaal van Rob de Nijs (1942–2025)
Op 26 december 1942 werd Rob de Nijs geboren in Amsterdam, als zoon van een rijschoolhouder. Vanwege astmatische bronchitis bezocht hij de openluchtschool in het Oosterpark. Op achtjarige leeftijd begon hij met accordeonlessen, wat zijn liefde voor muziek aanwakkerde.
In zijn tienerjaren volgde Rob avondlessen aan de cabaretschool, waar hij les kreeg van onder anderen Henk van Ulsen, Bep Ogterop en Frans Halsema. Overdag werkte hij bij een pottenbakkerij en een verzekeringsmaatschappij. Via de cabaretschool kwam hij in contact met de band The Apron Strings, bestaande uit Jan de Hont, Hans de Hont, Roel Vredeveld en Henny van Pinxteren. Rob werd hun leadzanger, en de band trad op in het voorprogramma van Peter Kraus in de Doelenzaal. Later voegde Rob’s broer Bert de Nijs zich bij de band als extra gitarist.
In 1961 werd de band omgedoopt tot Rob de Nijs & The Lords. In 1962 wonnen ze de talentenjacht ‘Tuk op Talent’, georganiseerd door een damesblad en platenmaatschappij Phonogram. De finale vond plaats op 23 juni 1962 in het Concertgebouw van Amsterdam, gepresenteerd door Mies Bouwman. De prijs was een platencontract voor drie singles. De eerste twee singles, “De liefste die ik ken” en “Jenny”, hadden weinig succes. Echter, de derde single, “Ritme van de regen”, uitgebracht in 1963, werd een enorme hit en verkocht bijna 100.000 exemplaren.
In 1963 vertegenwoordigde Rob Nederland op het Knokke-festival, samen met onder anderen Ciska Peters en Gert Timmerman. Ondanks zijn groeiende populariteit verliep zijn carrière met ups en downs. In 1965 kwam het tot een breuk met The Lords, waarna Rob samen met Johnny Lion op circustournee ging met het circus van Tony Boltini. In 1968 trouwde hij met Elly Hesseling en opende hij zijn eigen club in Bergen op Zoom. In 1969 deed hij mee aan het Nationaal Songfestival met het nummer “Zaterdagavondshow”, maar wist zich niet te plaatsen voor het Eurovisie Songfestival; de overwinning ging naar Lenny Kuhr met “De troubadour”.
In de jaren ’70 verlegde Rob zijn focus naar acteren. Hij speelde in de populaire kinderseries “Oebele” en “Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer?”, waarin hij de rol van Bertram Bierenbroodspot vertolkte. Zijn muzikale carrière kreeg een nieuwe impuls door samenwerkingen met Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh. Dit resulteerde in hits als “Jan Klaassen de Trompetter” (1973), “Malle Babbe” (1975), “Het werd zomer” (1977) en “Zet een kaars voor je raam vannacht” (1976).
In 1980 bracht Rob het album “Met je ogen dicht” uit, dat meer dan 100.000 exemplaren verkocht en de top van de Album Top 100 bereikte. In 1984 trouwde hij met Belinda Meuldijk, die niet alleen zijn echtgenote werd, maar ook een belangrijke tekstschrijver voor zijn nummers. Samen kregen ze twee kinderen. Dankzij de gevoelige teksten van Belinda kreeg Rob’s muziek meer diepgang, wat bijdroeg aan zijn blijvende succes.
In 1996 behaalde Rob zijn eerste en enige nummer 1-hit met “Banger Hart”, afkomstig van het album “De band, de zanger en het meisje”. In 2000 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw voor zijn verdiensten voor de Nederlandse muziek. Een jaar later ontving hij de Radio 2 Zendtijd Prijs, een onderscheiding voor artiesten met een blijvende betekenis voor de Nederlandse radio.
In 2019 maakte Rob bekend te lijden aan de ziekte van Parkinson, wat hem dwong zijn afscheid van het podium aan te kondigen. Zijn geplande afscheidstournee werd uitgesteld vanwege de coronapandemie, maar uiteindelijk nam hij op 22 juni 2022 afscheid met een concert in de Ziggo Dome in Amsterdam. Dit emotionele optreden werd door 1,2 miljoen mensen bekeken.
Op 16 maart 2025 overleed Rob de Nijs op 82-jarige leeftijd in zijn woonplaats Bennekom aan de gevolgen van Parkinson. Zijn muzikale nalatenschap blijft voortleven in de harten van velen.
📸 Rob door de lens van Frits Gerritsen
Rob de Nijs stond in zijn beginjaren regelmatig voor de camera van fotograaf Frits Gerritsen. In het archief vinden we tientallen foto’s uit de jaren vijftig en zestig: van de Knokke-periode tot zijn optredens voor de VARA, van bandfoto’s met The Lords tot vrolijke tienershots met Willeke Alberti, dansend op de Hully Gully voor het gelijknamige blad.
Frits legde Rob vast zoals hij was: jong, energiek, vol ambitie. Zijn foto’s vormen nu een waardevolle visuele herinnering aan de beginjaren van een icoon.